De evolutie van het leven

De Coöperatieve Sensitieve Geneeskunde is een
multidisciplinaire aanpak die de kennis integreert over de evolutie van levende wezens vanaf hun oorsprong tot nu. Door deze kennis toe te passen in ons dagelijkse leven kunnen we genezen en naar welzijn evolueren.
De Universele code van de informatie van het leven
De oorsprong van het heelal is geschat op 13,7 miljard jaar en de hypothese die tot nu toe is aangehouden, is die van de oerknal. De
Kwantumfysica gaat er vanuit dat tijdens de evolutie
licht- en geluidsgolven zijn gematerialiseerd. Onder invloed van astrale morfogenetische velden kregen deze golven de vorm van steeds complexere bloedlichaampjes.
In het westen staan op dit moment twee stromingen tegenover elkaar over het ontstaan en de evolutie van het leven:
- Het creationisme van de gelovigen voor wie God alles schiep.
- Het darwinistische evolutionisme van de atheïsten voor wie alles toevallig en door natuurlijke selectie is ontstaan.
Door data, woorden en namen (= mytho-bio-logie) te geven aan de
opeenvolgende tijdperken van de 8 levensrijken is het mogelijk de rode draad (mythos) van de fylogenie, genealogie, perinataliteit, primortaliteit, genetica en epigenetica van het leven met zijn verschijniningsvorm, structuren en bioplasticiteit te volgen.
De tijdperken zijn: Hadeïcum, Archeïcum, Proterozoïcum, Paleozoïcum, Mesozoïcum en Cenozoïcum.
De 8 levensrijken zijn: spiritueel, astraal, mineraal, micro-organisch, myceliaal, plantaardig, dierlijk, menselijk.
Fylogeografie laat de bewegingen zien van de platen van continenten en hun veranderingen, hun ontmoetingen (vorming van bergketens, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen).
Fyloklimatologie bestudeert de evolutie van klimaten en hun impact op die van levende organismen. Het mineralenrijk dat de sterren vormt, is dat van het “dode geheugen” of de universele code van de informatie van het leven, om het geheugen te bewaren.
Paleontologie bestudeert de natuurlijke oorsprong (fossielen van dieren en planten) en
archeologie die van de menselijke oorsprong.
De vorming van het leven
Uit het
dode geheugen dat de informatie bevat (dus de in-vorm die geen vorm heeft), is het mogelijk om
het leven vorm te geven en tot leven te brengen: het is het levende geheugen.
Voor de ouden wordt deze vorm beïnvloed door astrale krachten, de zwaartekracht van de aarde: de invloed hiervan op het bewegingsapparaat is aangetoond door ruimtevaarders.
Pre-leven
Universum (macrokosmos)
Het voortdurend opnieuw vormen van het universum (astroplasticiteit) is het resultaat van:
- astrofysische levenskrachten (aantrekking, afstoting, binding, scheiding) en
- astrochemische (binding, scheiding) of
- astroalchemische (transmutatie) reacties
Dit heeft geresulteerd in het huidige heelal (wegen, sterrenstelsels, systemen , zonnen, planeten, sterren, supernova’s, zwarte gaten, …) en wordt beschreven door de astronomie. Internationale ruimtemissies bestuderen deze fenomenen al 50 jaar. Vooral de astrale wereld (zonneactiviteit, seizoen) beïnvloedt het geoklimaat.
Aarde (Ge(o) of Gaia)
De aardwetenschappen (aardrijkskunde, geologie, geomineralogie, geofysica, geochemie, geobiologie, geoklimatologie, glaciologie) bestuderen geoplasticiteit. (plasticiteit = het vermogen te vervormen/veranderen)
Voor de Ouden is
onze aarde een levende moeder die ons draagt en voedt, en die al ons respect verdient.
Leven (bios in het Grieks)
Pro-biotica
Dit zijn de biologische voorlopers die door de levende wezens zelf worden geïntegreerd en getransformeerd (biomineralogie, moleculaire biochemie, biochemie). Zij vormen de basis voor de genetische en epigenetische structurering van de kern, het cytoplasma en het membraan van toekomstige cellen.
Biotica
In deze microkosmos worden uit microzymes de virussen, bacteriën, schimmels (mycos), mycobacteriën en prionen gevormd. Deze worden bestudeerd door microbiologie, mycologie en parasitologie.
Eencelligen
Uit de microben ontstaan de eerste geïsoleerde en geïndividualiseerde cellen. Deze bestaan uit drie niveaus (kern, cytoplasma, membraan) en zijn in het bezit van een viervoudige berekening (informatief, symbolisch, geheugen, software). Dit wordt bestudeerd in de cytologie.
Meercelligen
Deze geïsoleerde cellen beseften al snel dat het in hun belang was zich te groeperen en solidair te leven in een cellulaire gemeenschap door de taken te verdelen en specialist te worden. De histologie bestudeert deze biodiversiteit en cellulaire specialisatie.

Organisatie van de levende wezens
De
embryologie bestudeert de ontwikkeling en organisatie van levende wezens: de vorming van organen uit verschillende soorten cellen. Tijdens de embryologische ontwikkeling worden alle voorgaande stadia versneld.
Elke gameet (zaadcel, eicel) wordt na hormonale scheiding vanaf zijn “planeet van oorsprong” (zaadbal, eierstok) “gelanceerd”. De zaadcel in de vaginale en baarmoederruimte en de eicel in de intraperitoneale ruimte.
Uit de
ontmoeting van zaadcel en eicel ontstaat een nieuwe cel, doordat de spermacel parasiteert op de eicel. Uit deze eencellige wordt door celdeling een
meercellig wezen (morula, blastula) geboren. Deze bestaat uit totipotente (meest veelzijdige) stamcellen. Op de 16e dag zijn al deze cellen bij de mens verdeeld in 2 bolvormige lagen rond een inwendige holte.
Het inwendige wordt endoderm kiemblad genoemd en het uitwendige ectoderm kiemblad.
Uit deze 2 embryonale lagen of
dermis wordt een 3e geboren worden: het
mesoderm. Deze is voor de helft samengesteld uit het endoderm en het ectoderm.
Het
endoderm staat in verbinding met de
moederlijke innerlijke wereld. Hieruit ontstaan de oudste organen van het spijsverteringskanaal, de longen, de nieren en de geslachtsklieren (eierstokken, testikels), die nodig zijn voor de
vitale behoeften om te voeden, ademen, uitscheiden en voortplanten. De zenuwcellen (neuronen) die overeenkomen met deze weefsels bevinden zich in de
hersenstam.
Het
oude mesoderm is van endodermale oorsprong. Hieruit ontstaan de
organen die voor bescherming en behoud van integriteit zijn, zoals hersenvliezen, hartvlies, borstvlies, buikvlies, lederhuid). Maar ook de borstklieren die zijn afgeleid van de dermale klieren van reptielen. Deze scheiden melk af om te beschermen (maternale antilichamen ) en de jongen te voeden (eierschalen bij reptielen). Deze vliezen beheren de aanvallen en de harde slagen tegen zichzelf, de nakomelingen of het voorgeslacht. De zenuwcellen die overeenkomen met deze weefsels bevinden zich in de
kleine hersenen (cerebellum).
Het
nieuwe mesoderm van ectodermale oorsprong geeft alle
organen voor actie, voortbeweging , gedrag, motivaties , verleidingen en materiële of vleselijke communicatie en relaties (hart, spieren, bewegingsapparaat). De zenuwcellen die overeenkomen met deze weefsels bevinden zich in de
witte stof van de hersenen (hersenmerg).
Het
ectoderm staat in verbinding met de
externe vaderlijke wereld. Hieruit zijn de meest recent ontwikkelde organen in de evolutie ontstaan (hersenen, zenuwstelsel, opperhuid, zintuigen ) die nodig zijn voor emotie, de afbakening van intern en extern territorium, ordening, richting, immateriële communicatie en relaties met andere individuen en levensrijken. De zenuwcellen die overeenkomen met deze weefsels bevinden zich in de
grijze stof van de hersenen.
Om de organen te bestuderen zijn dunne coupes (secties, plakjes = tomos) nodig. Anatomie is de wetenschap die, na de insnijdingen, de organen reconstrueert zonder insnijdingen = (ana-tomie). De vergelijkende anatomie van de organen van planten, dieren en mensen maakt het mogelijk om de specificiteit te bestuderen van elke organisatie.
Oriëntatie van de levende wezens
De oriëntatie, niet alleen van elk inwendig orgaan in het lichaam en van de neuronen in de hersenen die daarmee corresponderen, maar ook van het levend wezen in zijn omgeving
is niet toevallig, maar bio-logisch. Dit resulteert in wezens rechts of links, liggend of staand, voortbewegend en liefhebbend of afstotend en voorbijgaand.

Systeemindeling van de levende wezens
De verschillende organen zijn gerangschikt in
13 systemen of anatomische constellaties (
ademhalings-, spijsverterings-, urine-, voortplantings-, bloed-, hart-, vaat-, voortbewegings-, zenuw-, psychoneurotische, endocriene en immuunsysteem) om hun functies van behoud (negentropie) van de interne en externe samenhang uit te oefenen.
Alle systemen vormen samen een metasysteem dat het fysieke lichaam wordt genoemd.
Interne systematiek van de levende wezens
Elk systeem, op microbiologisch, botanisch, entomologisch, zoölogisch en menselijk niveau, dat leidt tot leven, uitbreiding of achteruitgang van de soort heeft 3 manieren van functioneren:
in evenwicht (norm), te veel (hyper) of te weinig (hypo).
De normale staat van functioneren wordt bestudeerd in de neurofysiologie.
De
anatomofysiopathologie bestudeert de excessen en tekortkomingen, zowel spirituele (goed en slecht) als psychologische (manieën en depressies), functionele (hyper en hypo) en organische (onsterfelijke kanker en apoptose of cellulaire zelfmoord bij het ontstaan van zweren), die weerstand tegen verandering, mutatie of verdwijning mogelijk maken.
De plasticiteit van weefsel en organen, ontdekt in de plastische eeuw, is de sleutel tot overleven en evolutie.
De duizelingwekkende vooruitgang van de psycho-neuro-endocrino-immunologische wetenschappen heeft geleid tot een beter neurologisch gedrags- , neurocognitief en neurolinguïstisch begrip van het
rationele en het irrationele.
Het is dus mogelijk om persoonlijkheden en temperamenten te belichten die verband houden met de
relatie moeder-embryo, foetus en pasgeborene.
Dankzij de neurowetenschap is het gemakkelijker om aan te tonen hoe theologie , wiskunde , mythologie , diabolosymboliek en esoterische wetenschappen ( Alchemie , magie / Tarot , Yiking , Kabbalah , numerologie en astrologie ) ten grondslag liggen aan de biologie.
Dankzij de microbiologie is het mogelijk de aanwezigheid of concentratie van biomarkers te meten, waardoor
individuele behandelingen kunnen worden ontwikkeld.
Deze disciplines hebben innerlijke wiskundige modellen ontwikkeld die de permanente energetische en chemische interacties belichten tussen de macrokosmos (astrologie, kosmologie), de psyche (mythologie, Kabbala, numerologie, Yiking), de hersenen (magie/Tarot, diabolosymboliek) en het lichaam (Alchemie).
Externe systematiek van de levende wezens

Er is een nog weinig bekende kosmosociologie en mineralosociologie. De microbiosociologie daarentegen, d.w.z.
de interacties van microben met elkaar en met hun plantaardige, dierlijke of menselijke gastheren, is het onderwerp van talrijke epidemiologische studies gezien de heropleving van endemieën, epidemieën en pandemieën.
De wortels van planten zijn erdoor omgeven, waardoor zij mineralen uit de bodem kunnen opnemen.
Dierlijke en menselijke lichamen bevatten miljarden microben die essentieel zijn voor ons leven, maar het massale en onredelijke gebruik van antibiotica, antivirale middelen en antimycotica heeft deze sterk verstoord.
Naast het in de plantkunde beschreven gedrag van elke plantensoort bestaat er een fytosociologie die symbioses en aanvallen belicht met de uitroeiing van de indringers die hun territorium over willen nemen.
Ethologie heeft zich gericht op individueel en sociaal gedrag van dieren dat afhankelijk is van de astrale wereld (klimaat), mineralen, planten en tegenwoordig van menselijke aanvallen, evenals de transformatie van biotopen.
De antropologie bestudeert met behulp van etnologie, archeologie en antroposociologie menselijk (antropo), politiek (politologie), filosofisch, religieus, artistiek en wetenschappelijk (fysische en chemische technieken) gedrag om al dan niet in communicatie en sociale relaties te staan, te ademen, te eten, afval te beheren (recyclage) en zich voort te planten.
Dit zijn echte familie-, sociale of beroepsconstellaties.